Graeca

When war began.
 
IndexKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Onsterfelijk

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Nerissa
Level 3
avatar

Aantal berichten : 333
Registratiedatum : 20-11-10
Leeftijd : 23
Woonplaats : ergens in dit heelal

BerichtOnderwerp: Onsterfelijk   zo nov 21, 2010 12:59 pm

dit verhaal staat ook op Kyon

Part one

‘H
allo? Hallo!’ Ik loop op een zwarte plek. Alles is zwart zover als het zicht zich strekt. De bomen om mij heen waren zwartgeblakerd, waarschijnlijk door een brand maar dat zou niemand kunnen na vertellen. Ik begon te rennen want ik wist dat ik hier weg moest. Het was alleen onbekend wat mijn bestemming was. Ik rende maar het leek wel of ik rondjes aan het rennen was. Telkens weer kwam ik bij een grote zwartgeblakerde boom uit. De boom was niet eens zo angstaanjagend. Het waren de zwarte duiven en de inscriptie van de boom die het zo beangstigend maakte.
Schreeuwend en badend in het zweet werd ik wakker. Ik lag in een groot tweepersoonsbed en ik draaide me op mijn zij. De klok naast mijn bed gaf met roodgevende cijfers aan dat het half vier s ’ochtends was. Ik wist dat ik niet meer in slaap zou komen en ik stapte mijn bed uit. Mijn kleren voor die dag hingen al op de kledingpop maar ik trok ze nog niet af. In plaats daarvan liep ik naar mijn kast in en pakte daar een flanellen badjas uit, eentje die perfect bij mijn pyjama paste. Zachtjes opende ik de deur van mijn kamer. Zo kwam je bij een grote hal met een statige wenteltrap. Zachtjes, zodat ik niemand anders in het huis wakker maakte, liep ik naar beneden. Het was donker maar daar had ik geen problemen mee. Geruisloos liep ik de keuken in die groot en voorzien van de nieuwste apparatuur was. Ik opende de grote koelkast en er werd een bundellicht door de keuken geworpen. Snel pakte ik het laatste stuk chocoladetaart en een vork. Dat deed ik altijd als ik naar had gedroomd en er was dus de laatste tijd altijd een tekort aan taart. De letters uit mijn droom bleven voor mijn oogleden dansen. Ze waren zo rood als bloed geweest en de betekenis van de tekst probeerde tot me door te dringen maar ik hield het onbewust tegen. Ik at met een vork kleine stukjes taart en staarde voor me uit. Toen hoorde ik op de gang boven dat mijn zusje ook wakker was geworden. Ik pakte alvast een extra vork want ze zou net zoals de laatste paar nachten naar beneden komen op ook een beetje taart te eten. Ik hoorde haar de trap af komen lopen en zachtjes de keuken binnen lopen. Ze zou nooit zachtjes genoeg kunnen zijn want ik heb ontzettend goede oren, mijn hele familie trouwens. Ik glimlachte terwijl ik een vork naar haar toe gooide. Ze sprong in de lucht en ving de vork soepel op en landen daarna weer. Ze glimlachte en kwam naast me staan terwijl ze ook een paar hapjes van de taart nam.

‘Nachtmerries?’ vroeg ze alleen maar. Ik wist al wat voor een gesprek we zouden krijgen want dat hadden we de laatste nachten vaker gehad. ‘Ja, jij?’ vroeg ik daarna. Het was een kort en een weinig zeggend gesprek. ‘Ook.’ Zei ze tegen mij terwijl ze weer een stukje taart in haar mond stopte. Ik haatte het om telkens weer die dromen te hebben. Elk jaar weer, telkens weer hetzelfde liedje. Het moest eigenlijk eens afgelopen zijn maar ik wist dat er nooit een einde aan zou komen. En die wetenschap maakte het alleen maar erger. Ik zou elk jaar de laatste paar weken van de zomervakantie weer die dromen hebben. En mijn zusje ook. Mijn ouders hadden er nooit last van gehad, maar die hadden ook niet echt geleefd. Mijn zusje keek me aan. In het donker waren dingen moeilijk te onderscheiden maar niet voor ons. Wij zagen altijd goed, elke minieme verandering zou door ons worden opgemerkt. Zo hoorde het nu eenmaal. Ik probeerde in mijn hoofd mijn droom te analyseren maar het was lastig omdat ik wist dat mijn zusje het ook zou kunnen zien. Ik wou haar niet opschepen met mijn angsten en de gevaren die dat met zich mee bracht. Ik dacht na over wat de droom had betekend maar net als andere nachten kwam ik er niet achter. Het enigste wat steeds weer terug keerde in de dromen was de boom. De boom die me zoveel angst in boezemde, die ik het liefst zou vernietigen maar ook de boom die ik nooit zou kunnen vernietigen omdat ik dan iets zou vernietigen wat ik niet kwijt wou. Al wist ik niet wat dat iets was en ook niet of ik dat iets nou moest haatte of liefhebben. Ik legde mijn vork op het schoteltje en liep naar de kast waar de kristallen glazen stonden. Ik opende hem en pakte twee grote kristallen glazen uit de kast. Ik vulde ze met water uit de kraan en liep weer naar mijn zusje toe. Ik zette het glas neer en nam uit mijn eigen glas een klein slokje terwijl ik mijn vork weer oppakte. Ik nam weer een hap en daarna nam ik weer een slok water. Zo bleef de taart lekkerder. Als je het achter mekaar opat dan was de smaak op een gegeven moment normaal en genoot je er minder van.

Ook mijn zusje deed hetzelfde als ik. Vroeger hadden we altijd met een van mijn ouders gegeten maar nu deden we dat niet meer. We waren oud en wijs genoeg om zelf een stuk taart te eten en we hadden geen behoeft aan ander gezelschap dan dat van elkaar. Zo ging het nu jaren, mijn zusje haatte mijn ouders omdat ze steeds wouden verhuizen. Ze was nog te jong om te begrijpen waarom dat moest. Ik begreep het maar vond het niet leuk. Telkens weer nieuwe vrienden zoeken. Ik had er niet heel veel behoeft aan maar het moest omdat het anders te veel zou opvallen. Nooit mocht ik mijn vrienden mijn geheimen vertellen en ik moest alles voor mezelf houden. Dat was niet moeilijk maar toch. Mijn zusje daar in tegen zorgde er voor dat ze met al haar vrienden in contact bleef, ze had vrienden in bijna alle landen allemaal verschillende steden. Maar zien zou ze hun nooit meer net als ik mijn vrienden nooit meer zou zien en dat was de reden waarom ik niet gehecht wou raken aan de plekken. Omdat ik toch al wist dat het over een jaar weer over zou zijn. Weer plotseling verdwijnen. Alle sporen van ons bestaan wegvagen, tenminste voor zo ver als mogelijk was. We haalde nooit iemands gedachten en herinneringen weg al zou dat wel makkelijker zijn voor ons. Mijn zusje was populair overal waar ze verscheen. Ze was prachtig maar dat zeiden mensen ook van mij maar ik was het er niet mee eens. Naast haar was ik een lelijk eendje. Ik hield mensen liever op afstand. Zeker ik had het geprobeerd af en toe eens populair te zijn. Het lukte altijd. Wat ik ook wou het lukte gewoon. Maar dat was allemaal maar voor een keer, een probeersel nooit voor lang. Een jaar en dan weer normaal zoals ik het wou. ‘En wat voor typ word je dit keer?’ vroeg mijn zusje aan mij. Ze haalde me met haar gepraat uit mijn gedachtes. ‘Weet nog niet. Ik ga denk ik gewoon kijken hoeveel mensen er op me afstormen als ik binnen kom.’ Zei ik. Dat waren er meestal veel omdat iets hun tot mij aantrok maar meestal was het binnen een week weer over omdat ik zo afstandelijk was.

Nadat we de taart op hadden en ook het water hadden opgedronken gingen we weer naar boven. Mijn zusje kroop in mijn bed en ik ging ernaast liggen. Omdat we nog zo veel tijd hadden vertelde ik haar een heel oud verhaal wat mijn vader me ooit is had verteld. Het ging over een groot gevecht tussen weerwolven en bloedzuigers. Mijn zusje vond het een geweldig verhaal en ondanks dat ze het al vijfhonderd keer had gehoord wou ze het graag nog een keer horen. Ze hing ook deze keer weer aan mijn lippen. Ik vertelde het hele verhaal weer en af en toe voegde ze iets toe wat ik door de jaren was vergeten. ‘En zo ontstonden de onsterfelijke. Ze zijn niet bekend bij het normale humane ras en ze leven in het geheim, in de veiligheid van het duister.’ Eindigde ik het verhaal. Het verhaal was er eentje die bijna nooit werd verteld. In de vergetelheid geduwd omdat het voor de humane te onwerkelijk was. Het kon niet zijn dat zulke wezens bestonden. Dat er wezens waren die vele malen sterker waren dan zij en dat er een andere wereld was dan wat ze kende. Het onbekende schrok hun af en daarom werden de verhalen gemeden. Vroeger aanbeden de mensen de wezens maar nu niet meer. Ze waren bang voor ze, wat overigens nergens voor nodig was. Mijn zusje glimlachte naar mij. ‘Hoe zullen de mensen nu zijn?’ vroeg ze aan mij. ‘Net zo als anders. Even aanhankelijk en overdonderd door onze verschijning.’ Zei ik oprecht. Mijn zusje begreep nog niet goed waarom de mensen zich zo graag met ons wouden linken maar ik ging het haar nu ook niet uit leggen want ze was nog niet ingewijd. Dat werd je pas op je viertiende. Ze moest nog een jaar wachten. Ik was nu twee jaar ingewijd maar ik had het liever niet gehad. Ik moest nu mee helpen in de Clan en hem helpen leiden aangezien mijn vader het hoofd van de Clan van de leeuw is en ik hem moet opvolgen. Ik wil dat helemaal niet omdat er dingen aan verbonden zijn die ik niet wil. Maar omdat ik geen wil mag hebben volgens dezelfde Clan kan ik niets doen. Een ding weet ik wel. Zodra ik Clanhoofd ben gaan dingen drastisch veranderen en dat is dan wel mooi omdat ik dan de macht heb kan niemand er iets tegen doen. Alleen het Opperhoofd van de Clans kan er iets aan doen maar die is stokoud en komt nooit uit zijn kleine kasteel in Venetië. Dat waren allemaal dromen van mij maar ik wist ook dat het alleen kon als theorie en dat het nooit uit zou kunnen komen. Ik stapte uit mijn bed en liep naar de kledingpop. Het was nu half zes en als ik op tijd klaar wou zijn moest ik nu beginnen. Ik trok snel de kleren aan die klaarlagen. Een strakke spijkerbroek met een gouden riem een simpel wit hemdje met spaghetti bandjes en een mooie gouden sjaal en glitters erdoor heen geweven. Ik trok alles aan en als laatste trok ik de gouden sandaaltjes aan met een klein hakje. Ik keek in de spiegel. Ik zag er nog behoorlijk wit uit maar daar zou straks wel verandering in komen. Ik ging voor mijn kaptafel zitten. Ik had nog niet gekozen of ik dit keer populair wou zijn of niet. Ik zou dat straks op school beslissen. Een ding wist ik in elk geval wel. Vaak zou ik niet op de school zijn alleen bij de echt leuke lessen zoals tekenen en muzieklessen. Maar ook de lessen scheikunde en Nederlands zou ik niet willen missen. Ik smeerde een laag foundation op mijn gezicht. Puistjes kreeg ik nooit dus daar deed ik het niet voor. Het was alleen dat ik anders zo ontzettend wit was en dat was niet natuurlijk en zou teveel opvallen. Daarna bracht ik flink wat mascara aan op mijn wimpers zodat ze er nog voller leken en zodat mijn ogen sprekender werden. Het was niet dat ik het nodig had gewoon omdat het hoorde. Daarna deed ik eyeliner op en toen ik klaar was stond ik op. Met twee simpele bewegingen zat mijn haar in een model wat de meeste kappers niet eens konden maken. Mijn zusje was nu mijn kamer uitgeslopen om zelf te beginnen aan haar ochtendritueel. Ik liep mijn kamer uit de gang op. Ik klopte hard op de deur van mijn ouders en die van mijn broer. Ik weet dat ze dat niet waarderen maar ze moeten er maar mee leven. Mijn broer was ook ingewijd en ik wou dat hij Clanhoofd werd maar dat zou niet gebeuren want de taak moest van man tot vrouw gaan en van vrouw weer naar een man. Zo ging het al honderde jaren. Al zou mijn vader niet hoeven streven dan nog zou ik Clanhoofd worden.


Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Nerissa
Level 3
avatar

Aantal berichten : 333
Registratiedatum : 20-11-10
Leeftijd : 23
Woonplaats : ergens in dit heelal

BerichtOnderwerp: Re: Onsterfelijk   zo nov 21, 2010 1:00 pm

Part two

I
k stond voor mijn kluisje. Er stonden een paar jongens op een afstandje naar mij te kijken. Aan de anderkant stond een groep cheerleaders te gluren naar mij. Het leek wel of ze me checkte of ik wel op hun school mocht komen. Het maakte mij niet heel veel uit en ergens vond ik het wel grappig. Op mijn vorige school zat ik op dit moment al bij het schoolhoofd. Ze hadden iets tegen mij geschreeuwd wat ik als een belediging had opgevat en toen had ik de arme jongen in zijn maag gestompt. Genoeg om een paar dagen niet meer op school te komen. Ik grinnikte terwijl ik daar aan dacht. De rest van het jaar had iedereen me gemeden. Dit jaar zou ik het zeker anders doen. Ik had besloten dat ik bij een populair groepje zou komen en dan al hun sappige geheimen aan de hele school vertellen. Ja het zou een klein deel van hun leven verruïneren maar zo leerde ze wel dat ze blij moesten zijn met hun leven. Het eerste uur had ik Natuurkunde. Het was een vak wat makkelijk was maar ik wist dat het raar zou zijn als ik alles al wist. Toch deed ik dat wel. Ik liep naar het kantoortje van het schoolhoofd waar ik mijn rooster en een plattegrond zou kunnen ophalen. Ik klopte snel en hard op de deur en opende hem toen het schoolhoofd riep dat ik binnen kon komen. Het was een vrouw die ongeveer 35 jaar. Ze was niet oud en ze had vond ik een redelijk goed kledingssmaak. Maar toen ik haar gedachtes hoorde vond ik haar meteen al niet meer aardig. Ze haatte kinderen volgens haar gedachtes. Ze was getrouwd maar had twee minaren. Maar wie was ik om daar over te oordelen. Ik ging zitten. ‘Hier is je rooster en een plattegrond.’ Zei ze. Ze had een zangerige stem maar er droop een gemaakte vrolijkheid af. Ik pakte het rooster. Ze schreef een briefje. ‘Wat is je naam en leeftijd.’ Zei ze met dezelfde stem als daarnet. Ik had er nu al een hekel aan. ‘Nyx Crês, ik ben 16 jaar.’ Zei ik snel. De vrouw keek me aan of ik gek was toch schreef ze de naam en leeftijd op. Ik wist dat het een rare naam was maar het was nu eenmaal zo. Ik pakte de spullen aan en liep naar het lokaal wat op het rooster stond. Ik klopte op de deur en opende die. Ik gaf het briefje aan de leraar. ‘Dit is Nyx ze is hier nieuw en ik verwacht dat jullie je best zullen doen om haar zo snel mogelijk vertrouwd te maken met de school en het leven hier.’ Zei hij op monotone toon. ‘Hallo.’ Zei ik met heldere en vrolijke stem. Ik ging op een plek achter in de klas zitten. Naast mij zat een jongen. Hij had oortjes van een IPod in en leek niet bij de les te zijn. Het maakte mij niet heel veel uit maar het vervelende was dat ik geen boeken had dus moesten we samen met boeken doen. Ik tikte hem aan en hij keek me vernietigend aan. Ik vroeg me af waarom hij zo boos deed. ‘Sorry maar ik heb geen boeken.’ Fluisterde ik zachtjes zodat de leraar niet boos zou worden. Hij schoof de boeken naar mijn helft van de tafel en ik schoof ze weer een stukje naar hem toe zodat hij ook nog wat kon leren. ‘Neem maar hoor ik snap het toch allemaal al.’ Zei hij tegen mij. Snel keek ik in het boek naar wat de stof was. Ik had dat op mijn vorige school ook al gehad dus het was niet moeilijk. Ik liet de boeken gewoon in het midden liggen omdat ik niet geloofde dat hij alles al kende. Het rare was, en dat viel me nu pas op, dat ik zijn gedachtes niet hoorde. De gedachtes van de rest van de klas waren ook vaag maar dat was omdat ze zo verdiept waren in de lesstof en niet bezig waren met mij of met andere mensen. Zijn gedachtes daarin tegen waren er niet. Net alsof hij niet dacht maar ik wist dat dat niet waar kon zijn.

De leraar legde de stof uit terwijl ik nadacht over het feit dat ik zijn gedachtes niet kon zien. Zelfs zijn aura kon ik niet zien al zou ik mijn best doen. Aura’s kon ik nog niet goed zien het waren voor mij nog wazige schimmen waar ik bijna niets uit kon ophalen maar iedereen die leefde had er een maar hij niet. Dat zou dus betekenen dat hij dood was maar hij zag er niet dood uit. Ze zou het er vanavond wel eens met haar vader over hebben die wist daar dacht ze wel wat van. Toch bleef ze hem in de gaten houden zodat als er iets veranderde dat ze het dan meteen wist. Het enige dat haar opviel is dat hij niet oplette maar als de leraar hem een vraag stelde hij wel een heel gedetailleerd antwoord kon geven. Ik kon er maar niet uit komen maar ik was er wel achter dat hij misschien wel meer van mijn wereld wist dan dat ik dacht dat hij wist omdat hij zo’n rare verschijning was. Hij was knap maar niet te opvallend en hij had geen aura of tenminste niet een die ik kan zien en heeft voor zo ver ik weet ook geen gedachtes. Tijdens Engels, wat mijn volgende vak was, zaten we ook naast elkaar. Alle lessen hadden we hetzelfde en we zaten altijd naast elkaar wat nog meer vragen opwekte. Waarom was hij zo alleen tijdens de lessen, want aan zijn uiterlijk kon het echt niet liggen. Het was dat ik gewend was aan uiterlijke schoonheid maar de rest van de wereld zou toch aan zijn voeten moeten liggen? En waarom wist hij alle antwoorden op de vragen van de leraren al terwijl hij niet eens oplette? en waarom had hij toch geen aura? Na de lessen Natuurkunde, Engels, en Wiskunde hadden we pauze. Dat verliep goed. De meest populaire mensen wouden mij aan hun tafel hebben en ik werd overal na gekeken. Ik hoorde hun gedachtes gillen en schreeuwen dat ze aandacht wilde van dat “hotte” meisje en dat ze met haar wel een bed wilde delen. Niet dat ik aan dat soort dingen al toe was maar toch vleide het me. Ik ben bij de cheerleaders aan tafel gaan zitten die meteen vroegen of ik bij het team kwam. Ik heb dat nog even beleefd afgewezen maar ik ga het uiteindelijk wel doen want dat betekend nog wat hoger in de populariteitslijn.

Tijdens de lunch bleef ik maar nadenken over de jongen. Ik kwam er toen pas achter dat ik nog niet eens naar zijn naam had gevraagd. Tijdens de lunch deed ik ook mee aan alle gesprekken. Alice, hoofdcheerleader en helemaal weg van mij, bracht me op de hoogte van alle dingen die waren gebeurt in de zomervakantie. Ook vertelde ze me wie iedereen was en bij wie ik wel en niet aan tafel kon gaan zitten. Toen ik de jongen had zien zitten had ik haar aangestoten. ‘Wie is dat?’ fluisterde ik in haar oor. Alice had me aangekeken of ik in een spin was veranderd en probeerde bij haar groep te komen. ‘Dat is iemand waar je niet in contact wilt komen. Maar hij heet Chatwin’ Zei ze tegen mij. Dat wekte bij mij nog meer vragen op dat en ook omdat zodra ze aan hem dacht haar gedachtes vaag werden. Chatwin was niet een alledaagse naam net als de mijne. Meteen vroeg ik me af of hij ook bij een Clan hoorde maar dat kon niet want mensen die bij een Clan hoorde hadden gewoon een aura en hadden ook gedachtes. Na de pauze had ik tekenles een blokuur. Daar was ik blij om omdat ik heel erg veel van tekenen hield. We kregen de opdracht om een schilderij van onze jeugd te maken. Niet moeilijk, tenminste dat dacht ik. We begonnen met schetsen maar omdat ik niet te veel over mijn leven mag zeggen moest ik bij elk klein dingetje na denken of mensen dat mochten weten. Uiteindelijk had ik een perfecte schets. Alleen was mijn tekenlerares er niet zo blij mee. ‘Een lelie en wat strepen zegt niets over je verleden.’ Zei ze boos tegen mij. Ik keek haar aan. ‘Wat u niet weet deert u niet.’ Zei ik en ging verder met mijn schets. Ze trok het blad uit mijn handen en verscheurde het. ‘Ga je maar melden.’ Zei ze. Ze deed moeite om de boosheid uit haar stem te weren maar toch hoorde je het door haar stem heen. Ik stond op. ‘Hier gaat u spijt van krijgen.’ Siste ik haar toe. Ik had ongelofelijk veel geduld maar kom aan mijn tekening en je hebt een probleem. Zo liep ik dus naar het schoolhoofd. Pisnijdig op mijn lerares en bezig een wraakactie te plannen.

Ik klopte op de deur van het schoolhoofd. ‘Binnen.’ Riep ze. Dit keer was ze echt vrolijk en ik zag in haar gedachtes dat ze een leuke lunch had gehad voor haar doen. ‘Nyx. Was het toch?’ vroeg ze aan me. Het verbaasde me dat ze mijn naam nog wist maar je kreeg ook niet elke dag mensen met die naam over de vloer. ‘Inderdaad.’ Beaamde ik. ‘Wat kom je doen?’ vroeg ze met een aardige en oprechte toon in haar stem. ‘Ik ben eruit gestuurd door mevrouw Boers.’ Zei ik tegen haar. Mijn stem klonk rustig maar mijn hoofd tolde van woede. Hoe had dat mens me zo durven behandelen. ‘Zo je bent hier pas een dag.’ Zei ze op autoritaire toon. ‘Mag ik weten wat je hebt gedaan?’ vroeg ze toen. Haar stem had een mengeling van autoritair en verbazing. ‘Ik voerde alleen een opdracht uit, namelijk een tekening maken over mijn jeugd en mevrouw Boers vond het niet goed en heeft het toen verscheurd. Maar nu vraag ik u, hoe weet zij hoe mijn jeugd was en hoe ik dat het beste kan tekenen.’ Legde ik uit. Ik had besloten om hier eens goed te vertellen hoe het zat en dan straks het leven van mevrouw Boers zuur te maken, heel erg zuur. De vrouw schreef snel een briefje. ‘Geef dit maar aan mevrouw Boers en ga weer terug naar je les.’ Zei ze tegen mij. Ik pakte het briefje aan en slenterde terug naar mijn lokaal. Wat was dit onzinnig zeg. Even naar het schoolhoofd bij mijn vorige school had ik nu vier uur moeten nablijven. Eenmaal in het lokaal gaf ik mijn lerares het briefje en ging weer op mijn plek zitten. Ik keek naar wat Chatwin tekenden. Het zag er apart uit. Een vrouw maar het was meer een geest, ze had een lange zwarte jurk aan en een kind in haar handen. Haar gezicht was lijkbleek en haar zwarte haren vielen golvend over haar schouders. Ik vroeg me af wat dat met zijn jeugd te maken had gehad. Op de achtergrond vormde zich een groot landhuis met daarachter een boom. Ik had het allemaal nog nooit gezien en toch kwam het me zo bekend voor. Ik kende dat huis en die boom. Ik kende zelfs de vrouw en het kind maar waarvan wist ik niet meer. Er was een herinnering die omhoog wou komen maar hij kwam niet. Bij het zicht van de tekening had die herinnering geprobeerd omhoog te komen. Maar het oppervlakte vond hij niet.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Nerissa
Level 3
avatar

Aantal berichten : 333
Registratiedatum : 20-11-10
Leeftijd : 23
Woonplaats : ergens in dit heelal

BerichtOnderwerp: Re: Onsterfelijk   zo nov 21, 2010 1:00 pm

Part three

Snel pakte ik mijn boeken uit mijn kluis. Ik had vandaag samen met mijn vader Clanvergadering en dat begon om half vijf dus had ik nog een halfuur. Gelukkig was het bij ons thuis anders was ik zeker te laat. Ik stopte alle boeken in mijn tas die nu loodzwaar was. Ik liep naar het parkeerterrein en drukte op het knopje van de autosleutels zodat de auto van het slot afging. Aangezien mijn ouders rijk waren reed ik op mijn 16de al in een snelle cabrio. Mijn auto was zwart en al leek het niet of hij snel kon, kon hij met gemak de honderd vijftig kilometer per uur halen. Als ik wou kon hij nog sneller dan dat maar dat had ik nog nooit geprobeerd. Ik gooide mijn tas op de bijrijderstoel en stapte in. Het sleuteltje stak ik in het contact en de auto kwam stilletjes tot leven. Ik duwde het gaspedaal in en de auto kwam in beweging. Ik reed het schoolterrein af de openbare weg op. Ik moest nog een heel stuk rijden voordat ik thuis was want we hadden weer een huis gekocht wat lekker afgelegen lag. Toen ik eenmaal op de snelweg was lapte ik bijna alle regels aan mijn laars. Ik duwde het gaspedaal verder in en de auto spoot weg. Ik reed nu ongeveer honderd dertig kilometer op een weg waar je maar negentig mocht. Maar het maakte niet uit want al zou ik een boete krijgen dan kwamen ze er snel genoeg achter dat het onmogelijk was dat er iemand in deze auto zo snel had gereden. Want deze auto bestond volgens hun systemen niet. Hij stond niet in hun systemen dus konden ze ook niet een bon uitschrijven en opsturen. Ik nam de afslag zonder vaart te minderen. Ik hield de auto goed in bedwang en ik zou nooit de macht over het stuur verliezen. En al deed ik het wel zou het nog niets uitmaken. Ik glimlachte en reed snel verder. Ik nam nog een paar afslagen een paar keer naar links en een paar keer naar rechts. Ik kwam bij mijn nieuwe thuis aan. Een normaal mens zou niet in dit huis willen wonen maar mijn ouders vonden het mooi. Het huis was groot en helemaal zwart. Niet van de verf en niet van een brand. Nee zo was het ontworpen. De stenen waren van nature zwart. Om het huis lagen bloemenvelden ook allemaal zwart. Binnen was het ingericht in de kleuren zwart en wit. Alleen in mijn kamer en die van mijn zusje kon je wat kleur vinden. De kamer van mijn zusje was hemelsblauw met zilver en die van mij was wit met goud. Ik zette mijn auto in de garage en liep binnendoor naar binnen. Ik pakte een glas met drinken en klokte het snel achterover. Daarna liep ik naar de studeerkamer en opende de deur. Mijn vader zat al aan zijn bureau en naast hem stond een stoel voor mij. Tegen het bureau stond een tafel met daaraan 8 stoelen. Daar kwamen straks de acht familiehoofden te zitten. Ik liep naar mijn vader toe en gaf hem een knuffel. ‘Hallo, vader.’ Begroete ik hem. ‘Ook hallo, Nyx.’ Zei mijn vader. Dit was de eerste vergadering voor mij waar ik zelf ook echt aan zou deelnemen. Het zou straks bij mijn taken horen. Eerst had ik alleen mogen toekijken maar nu moest ik ook meedoen. Mijn mening telde nu ook echt maar ik wist dat de meeste mijn mening nog niet zouden waarderen omdat ik nog jong was en niet zo dacht als zij.
Ik zou dus nu alleen maar met hun mening eens kunnen zijn maar daar zou snel verandering in komen. Zodra ik zestien en een half was geworden had ik de macht of mijn vader moest eerder overlijden maar die kans was heel klein. Net als de kans dat ik ooit zou overlijden. Ik ging in de stoel naast die van mijn vader zitten. Ooit zou ik de groep die straks kwam gaan leiden. Eigenlijk wou ik dat niet, ik wou die verantwoordelijkheden niet hebben. Nooit zou ik meer mijn eigen keuzes maken. Alles wat ik deed moest in het belang van de Clan zijn. Als ik verliefd zou worden mocht dat alleen als de Clan er iets aan zou hebben. In mijn geval zou dat niet kunnen want kinderen zou ik nooit krijgen. Kinderen zou ik moeten kiezen. Niet dat ik dat zou doen want ik geloof niet in hun rituelen. Dat mag ik niet laten blijken want dat zou dan betekenen dat iedereen die dicht bij me staat een gruwelijke leven zou gaan lijden. Een oude man kwam binnen. Zijn echte naam wist ik niet, niemand in de Clan wist dat. Wij noemde hem Fear. Iedereen in de Clan had een bijnaam. Zodat de humani nooit de Clan konden aanvallen.

Fear ging zitten en keek ons even aan daarna keek hij naar voren en wachtte zonder nog iets te zeggen op de rest. Nog zeven familiehoofden moesten komen. Nog nooit had ik de families achter de hoofden gezien. Ik kon er makkelijk achterkomen door hun hoofden te door zoeken maar ik had er geen behoeft aan. Ik wou dit niet en ik wou de Clan niet leiden. Ik wilde niet dat zij mijn leven overnamen. Al zeiden ze dat ik het hoofd van de Clan werd, wist ik dat het niet waar was. Ja i werd het hoofd maar ik zou nooit me meer mijn eigen leven lijden. Nog een half jaar en dan zouden de familiehoofden mijn leven leiden. Ik wou het niet maar ik had geen keus. Bij mijn geboorte was dit al beslist. Al vanaf dat mijn moeder zwanger was geworden was ik gedoemd om hoofd van de Clan te worden. Langzaam kwamen alle familiehoofden binnen. Ze waren er nu allemaal. Angel, een bloedmooie vrouw met een geweldige carrière. Gold, een jonge man die pas net familiehoofd was. Destiny, een oude vrouw die al jaren familiehoofd was maar nog niet weg wou gaan. Grey, een man dat is het enigste wat ik van hem weet, nooit is er meer van hem duidelijk geworden. Zijn leeftijd niet zelfs niet welke familie hij vertegenwoordigd alleen mijn vader weet dat soort dingen. Ocean, een man die al grijs aan het worden was ook al was hij pas ongeveer 30 jaar. Love, een bijzondere vrouw die heel veel liefde had en weggaf. Ze was altijd een heelster van onze groep geweest. Perfect, een vrouw die dacht dat ze alles was. Ik mag haar niet dat komt omdat ik ooit per ongelijk haar gedachtes heb gehoord. Ze is het niet eens met mijn vaders standpunten en wil onze familie van de troon stootten. Ook al vind ik het niet leuk dat ik Clanhoofd wordt, wil ik ook niet dat zij ooit de macht zou krijgen. Mijn vader heette Lion. Later zou ik ook zo worden genoemd maar nu heette ik nog Whelp. De namen gingen altijd van generatie op generatie. Mijn vader opende de vergadering. ‘Ten eerst wil ik het hebben over de problemen die er nu spelen.’ Begon mijn vader te vertellen. Hij had het over het probleem van het verhuizen. De kinderen waren vragen gaan stellen en ze waren bijna achter de waarheid gekomen. Ze zouden het natuurlijk de waarheid ooit te weten krijgen maar nu waren ze nog te jong. Te jong om het te kunnen begrijpen. Te jong om hun mond er over te houden. Het zou onze ondergang kunnen betekenen. Er waren wel eens Clans geweest die hadden geprobeerd om hun kinderen al bij de processen te betrekken vanaf dat ze vier waren maar ze waren snel ten ondergegaan. De kinderen hadden aan al hun vrienden en vriendinnen verteld wat ze wisten. Al snel gingen die het geloven en hun ouders werden overgenomen door een alles verwoestende angst. Ze gingen op een soort van heksenjacht om de boosdoeners te vermoorden. Zo werden de Clans uitgeroeid door hun eigen onwetendheid. Niet alleen de Clans werden uitgeroeid hele families kwamen in een depressieve spiraal. Moeders konden niet meer voor hun kinderen zorgen. Wie dan weer dood gingen van de honger. Vaders stopte met werken omdat ze overspannen waren door hun angst. Waardoor er geen geld was om ook maar iets te kopen. Onze Clan moest dus zorgen dat het niet weer zou gebeuren. In die zin was de Clan dus best belangrijk. Er waren nog elf andere Clans. Van elk sterrenbeeld was er een, wij waren de Clan van de leeuw. De machtigste Clan van alle en dus ook degene die moesten zorgen dat de Clans konden voortbestaan. ‘Verder wil ik het hebben over mijn opvolging. Jullie kennen allemaal mijn dochter, Whelp.’ ging hij verder. Ik had er een hekel aan om Whelp te worden genoemd maar ook wist ik dat het nodig was om te blijven leven. Ik trok me er maar even niets van aan. De vrouw die Perfect heette stond op. Dat was de gang van zaken als iemand iets wou zeggen moesten ze opstaan. ‘Perfect.’ Zei Lion terwijl hij met zijn hand gebaarde dat ze weer kon gaan zitten. ‘Ik heb nog een nieuwtje wat een groter probleem zal gaan veroorzaken dan de kinderen.’ Zei ze. Dit wekte meteen mijn aandacht. Ik vroeg mij af wat het kon zijn. Ik mocht dan wel twee jaar zijn ingewijd maar ik wist eigenlijk helemaal niet veel van ons bestaan af. Ja ik wist hoe we waren ontstaan dat verhaal had ik vaak zat aan mijn zusje verteld. Maar voor de rest wist ik niet wat onze vijanden waren. Wat de grootste problemen waren en dat soort dingen.

‘Vertel, Perfect.’ Beval mijn vader met een zware basstem. ‘Er zijn weer Engelen opgedoken.’ Zei ze met ernstige stem en haar hele houding was serieus. De rest van de familiehoofden versarde allemaal toen ze de term Witte wolven hoorde. Ik daarin tegen wist niet eens wat het waren dus wist ook niet waarom die zo gevaarlijk waren. Maar ik wist wel dat het niet goed was omdat zelfs mijn vader nu nog serieuzer keek. Dat niet alleen er was ook heel even, het was maar een fractie van een seconde geweest maar toch was het er geweest, een vleug van angst te zien. Maar heel kleine verandering en het zou niemand opgevallen zijn maar ik, degene die al mijn hele leven bij hem was zag elk klein verschilletje in zijn uitdrukking. ‘Het is onmogelijk dat de Engelen weer terug zijn. Ze zijn al jaren lang uitgeroeid,’ zei mijn vader. Hij geloofde Perfect niet maar iets vertelde me dat ze de waarheid sprak. ‘Laat haar het vertellen, Lion.’ Zei ik tegen mijn vader. Ik was de enigste in dit vertrek die tegen hem in zou mogen gaan maar ik wist dat het door mijn vader niet zou worden gewaardeerd. Perfect daarin tegen keek me dankbaar aan. ‘Ik was van het weekend in het dorp om te kijken waar we nu eigenlijk waren gaan wonen en om wat boodschappen te doen. Toen zaten ze daar met zijn zessen op een bank.’ Vertelde ze. Ik knikte ook al wist ik niet wat de Engelen waren iets deed me vermoeden dat het heel belangrijk was dat ik het wist. De rest van de Clan luisterde met gespitste oren naar het verhaal. Allemaal keken ze bang maar ook strijdlustig. Destiny stond op. ‘Het is onmogelijk dat..’ begon ze maar mijn vader smoorde haar in de kiem. ‘Ga zitten Destiny je hebt gesproken voor je beurt.’ Het klonk allemaal heel kinderachtig maar anders zou het een rotzooi worden en daarom waren we zo streng. Destiny ging zitten en keek schuldbewust naar Lion. We wisten allemaal dat Destiny vandaag niets meer zou mogen zeggen hoe belangrijk ook. ‘Ik wil dit onderwerp beter bestuderen en dan zullen we het bij de volgende vergadering het erover hebben.’ Zei Lion. Het was dus echt belangrijk als mijn vader het opschoof om het te bestuderen. Dat was in de twee jaar nog nooit gebeurt. ‘En nu over het feit dat jullie over een half jaar een nieuwe Clanhoofd krijgen.’ Zei mijn vader snel op een ander onderwerp overgaand. Ik bleef in mijn hoofd nadenken over de wezens die Perfect. ‘Jullie kennen allemaal mijn eerste dochter Whelp.’ Zei hij. ‘Ik ga er vanuit dat jullie haar straks net zo zullen gehoorzamen als jullie dat bij mij hebben gedaan. Het is dus niet de bedoeling dat jullie nu zo iets hebben van ze is nog maar zestien en een half en ik ben veel ouder enzo.’ Zei mijn vader streng. Iedereen in het vertrek knikte braaf maar ik wist wel beter. ‘Nog even over de kinderen, niemand verteld het hun tot hun viertiende dat blijft zo. Ook het verhaal over de wolven en vampieren mag niet meer worden verteld.’ Zei mijn vader. Ik wist dat ik dat nooit vol zou houden, mijn zusje wou dat verhaal elke avond horen en ik zou dat ook gewoon vertellen. ‘Heeft iemand nog iets te melden?’ vroeg hij toen. Toen niemand opstond ging mijn vader staan en verklaarde de vergadering voor gesloten. Ook ik ging staan en toen de rest van de familiehoofden gingen staan en wegliepen gingen mijn vader en ik weer zitten. Ik wou weten wat de Engelen waren maar ik zei niets. Stilletjes ging ik staan en liep ik weg. ‘Nyx?’ zei mijn vader. ‘Vertel niemand over deze vergadering ook je moeder niet.’ Zei hij streng. Ik vroeg me af waarom zelfs mijn moeder het niet mocht weten.

Ik liep de kamer uit naar mijn slaapkamer. Ik had nog een hoop huiswerk en al had ik alles al een keer gehad leek het me toch wel slim om het even te maken. Ik liep de kamer binnen en pakte mijn boeken en schriften terwijl ik aan mijn bureau ging zitten. Snel begon ik aan mijn huiswerk maar het duurde lang om het te maken. Telkens weer gingen mijn gedachtes naar de Engelen en wat het eigenlijk waren. Soms schreef ik zelfs de woorden op en dan kon ik de bladzijde weer uit mijn schrift scheuren en weggooien om dan weer alles opnieuw te moeten maken. Hier werd ik zo chagrijnig van dat ik al mijn spullen weer in mijn tas stopte voor de volgende dag en naar beneden liep. Ik liep naar buiten en ging op de schommel zitten. Zoals alles in het huis was ook de schommel zwart. De boom was bruin maar wel zo donker dat het net zwart leek. Zachtjes wiegde ik heen en weer op het ritme van de wind. Ik had mijn mp3- speler mee genomen en zette rustige muziek op terwijl ik heen en weer bleef schommelen. Ik zong mee met het liedje. Eigenlijk was het best een triest liedje, het ging over een meisje dat nooit bij haar echte geliefde kon zijn en wie niet haar zelf kon zijn door de torn van haar vader. Eigenlijk past dat lied heel goed bij mij alleen was het bij mij door de torn van de Clan. Mijn gedachtes dwaalde weer af naar de Engelen waarom was iedereen daar toch zo bang voor en waarom had ik er nog nooit van gehoord. Mijn mp3-speler sprong over op het volgende al even trieste liedje. Ik bleef nog steeds schommelend nadenken over de Engelen. Iets zei me dat ik het er niet met mijn vader over moest hebben maar ik wou ook weten wat de Engelen waren en meer over hun volk te weten komen. Na een paar uur stond ik weer op. Ik had nog een half uur voordat we gingen eten. Na het eten zou ik het aan mijn vader vragen had ik besloten. Ik zou wel zien wat er dan van kwam maar het maakte mij ook niet heel veel uit ik was gewoon benieuwd en mijn vader begreep dat vast wel. Tijdens het eten was mijn moeder heel erg stil net of ze het wist. Mijn zusje daar in tegen kon maar niet stoppen met praten over hoe geweldig haar dag was. ‘Hoe was jou dag dan Nyx?’ vroeg mijn vader toen. ‘Zoals altijd.’ Zei ik alleen maar terwijl ik weer naar mijn zusje knikte zodat ze weer verder zou vertellen. Zolang ik niets hoefde te zeggen was ik eigenlijk best wel blij. Ik stopte met het denken over de Engelen en ook over het denken aan Chatwin die de laatste paar uur niet uit mijn hoofd scheen te willen gaan. Ik wou niet dat mijn ouders en al helemaal niet dat mijn zusje dat wisten. En over de Engelen mochten ze ook niets weten alleen mijn vader en ik mochten dat weten. Toen het eten allemaal op was ruimde mijn moeder de tafel op en mijn zusje ging naar boven om te tekenen. Het was net als altijd alleen was er nu iets wat ik moest doen wat ik normaal niet deed. ‘Vader ik wil het ergens over hebben met jou.’ Zei ze tegen hem terwijl ze hem indringend aankeek zodat hij wist dat moeder het niet mocht weten. Mijn vader nam me mee naar de studeerkamer waar we eerder de dag een vergadering hadden gehad. Hij ging weer achter het bureau zitten en ik ging er tegenover zitten. ‘Ik wil weten wat Engelen zijn.’ Zei ik resoluut tegen mijn vader. Het was belangrijk zodat ik straks de Clan goed kon leiden. ‘Het is niet iets dat je moet weten.’ Zei mijn vader. Ik had al gedacht dat hij het niet wou vertellen maar ik moest het weten. ‘Het is in het belang van de Clan weet je, ik kan de Clan niet leiden zonder te weten wat haar vijanden zijn.’ Zei ik tegen hem. Ik moest hem op andere gedachtes brengen. Mijn vader schudden alleen zijn hoofd. ‘Oké ik vertel het je maar je moet me beloven dat je het aan niemand anders verteld.’ Zei mijn vader. Ik zou altijd mijn mond over dit soort dingen houden dus ik hoefde hem dat niet te vertelen. Ik knikte alleen maar dat ik klaar was voor het verhaal. ‘Lang geleden bestonden wij nog niet. Wij zijn ontstaan van Vampiers en Weerwolven, dat verhaal ken je al.’ Begon mijn vader. Ik knikte alleen maar. ‘In die tijd waren er ook Duivels en Engelen. Ze wouden de wereld en wij hebben toen met alle Clans, Vampiers en Weerwolven de Duivels kunnen verstaan. Maar de Engelen waren veel sterker en bleven dus bestaan.’ Ik liet dit allemaal op mij inwerken. ‘Maar hoezo denkt iedereen dan dat het onmogelijk is dat de Engelen weer terug zijn.’ Vroeg ik. ‘Ze zijn een lange tijd geleden uitgeroeid en ze waren tenminste dat dachten wij terug gegaan naar de hemel om nooit meer terug te keren.’ Zei mijn vader. ‘Ze zijn hier nu denk ik om onze onsterfelijkheid af te nemen omdat iedereen eigenlijk in de hemel moet komen maar wij dat waarschijnlijk nooit komen.’ Voegde hij aan zijn verhaal toe. ‘Hoe weet Perfect dan dat ze Engelen gezien heeft?’ vroeg ik toen. Mijn hoofd zat vol met talloze vragen maar ik stelde er maar een paar. Ik keek naar mijn vader terwijl ik op antwoord wachtte. ‘Ze hebben geen aura of gedachten zo zou jij ze kunnen herkennen. Perfect zag het door hun gezichten ze hadden geen wisselende uidrukking. Geen gevoelens.’ Zei mijn vader. Het leek alsof mijn hart en de rest van mijn lichaam versteende. Het kon niet waar zijn. Chatwin was een Engel en ik zou niet veilig bij hem kunnen zitten. Ik was niet meer veilig op school nergens eigenlijk meer. Maar aan de andere kant wou ik ook meteen meer over hem te weten komen. Ik wou kennis maken met de andere Engelen meer te weten komen over zijn leven. Ik kon van de buitenkant gelukkig net doen alsof ik verbaast was dat te horen en net te doen alsof ik dat nog nooit had gezien. ‘Wat raar iedereen heeft toch een aura en gedachtes.’ Zei ik tegen mijn vader. ‘De engelen niet.’ Zei hij terwijl hij opstond. Hij wou er duidelijk niets meer over horen en al helemaal niets over zeggen maar ik wist genoeg. Ik moest met Chatwin in contact blijven en meer over hem te weten komen. Al zou dat waarschijnlijk betekenen dat het mijn dood werd dat was dan maar zo.

Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Isabella
Level 1
avatar

Aantal berichten : 46
Registratiedatum : 20-11-10

BerichtOnderwerp: Re: Onsterfelijk   zo nov 21, 2010 1:06 pm

Echt goed geschreven ;o
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Nerissa
Level 3
avatar

Aantal berichten : 333
Registratiedatum : 20-11-10
Leeftijd : 23
Woonplaats : ergens in dit heelal

BerichtOnderwerp: Re: Onsterfelijk   zo nov 21, 2010 1:08 pm

Isabella schreef:
Echt goed geschreven ;o

dankje Very Happy
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Narcissus
Level 3
avatar

Aantal berichten : 225
Registratiedatum : 24-11-10
Leeftijd : 30
Woonplaats : Anitochië

BerichtOnderwerp: Re: Onsterfelijk   do nov 25, 2010 11:15 pm

Echt een awesome verhaal Very Happy
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Nerissa
Level 3
avatar

Aantal berichten : 333
Registratiedatum : 20-11-10
Leeftijd : 23
Woonplaats : ergens in dit heelal

BerichtOnderwerp: Re: Onsterfelijk   wo dec 01, 2010 9:05 pm

Part four

De woorden van mijn vader dreunen nog in mijn hoofd. Ik lig in mijn bed maar in slaap komen kan ik niet. Ik heb het eigenlijk ook niet nodig maar het is een gewoonte uit mijn mensenleven om toch te gaan slapen. Maar vanavond komt de slaap niet. Ik denk na over de Engelen en over de woorden van mijn vader maar bovenal over Chatwin.
Uiteindelijk viel ik in een onrustige slaap met weer die droom. Weer rende ik door het zwartgeblakerde bos en weer kwam ik bij die boom uit. Nog steeds was het onbekend waar ik heen ging al was het wel bekend waar ik nu voor wegrende. Ik rende weg voor de dood. Het werd me nu pas duidelijk en het was eigenlijk raar omdat ik toch had besloten dat ik meer over de dood wou weten. Al was de dood, zo wordt mij tenminste verteld, in de vorm van een Engel. Ik kwam weer schreeuwend bij de boom. Ik was nog niet wakker normaal werd ik op dit moment wakker maar nu bleef ik in de droom. Ik las de inscriptie van de boom. Dit keer in de boom gekerfd en er droop rood bloed uit de boom waar de letters stonden.
Schreeuwend werd ik weer wakker. Dit keer kwam ik alleen niet uit mijn bed. Iets hield me tegen om op te staan en ik bleef naar het plafon kijken. Ik bleef denken over wat ik had gezien. Denken aan die Engelen. En bovenal denken aan Chatwin. Chatwin had, leek het wel, mijn hoofd en mijn gedachtes overgenomen. Hij kwam voor in mijn dromen, ik kreeg hem niet uit mijn gedachtes. Hij zat er ingenesteld en zou daar dacht ik voorlopig niet meer weggaan. Niet dat ik dat wou maar toch was het vervelend en buitengewoon gevaarlijk voor hem omdat mijn ouders en mijn zusje het zouden kunnen zien. Uiteindelijk draaide ik me toch op mijn zij en keek naar de klok. Vijf uur lieten de rode cijfers me weten. Dat betekende dat ik een half uur had liggen na denken over mijn droom. Ik stond op want slapen had toch geen zin meer en over een half uur zou mijn wekker me toch wekken. Ik trok mijn kleren aan. Een kort beige rokje met een panty in huidskleur. Daarop had ik een mooi shirtje die dezelfde beige kleur had als het rokje. Mijn haar stak ik simpel op en ik deed lange oorbellen in. Ik maakte me weer op zoals ik gister ook had gedaan en trok nu stilos aan mijn voeten in plaats van de simpele sandalen met klein hakje. Ik was nu nog langer dan ik eigenlijk was en zou zeker opvallen in de school. Dat maakt me niet uit want dat hoorde nu eenmaal bij het populair zijn. Maar ik wist wel dat ik waarschijnlijk niet lang populair zal zijn omdat ik interesse ging tonen in Chatwin. Stilletjes liep in naar beneden, de rest van de familie lag nog op bed en ik had eigenlijk behoefte aan een goed gesprek met mijn broer. Dat had ik gisteravond ook al maar hij was toen weer eens niet aanwezig geweest zoals altijd. Het gemene was dat hij er nooit voor op zijn kop kreeg als hij niet vertelde waar hij heen ging. Ik daar in tegen kreeg altijd problemen als ik dat niet deed en dat dan alleen maar omdat ik Clanhoofd werd echt zo belachelijk. Ik liep de keuken in en pakte een kom en de ontbijtgranen. Ik deed er wat van in een kom en schonk er melk overheen die ik uit de koelkast had gepakt. Ik ging aan de ontbijtbar zitten en pakte een lepel. Ik schepte wat van het mengsel op de lepel en stak het in mijn mond. Even kauwde ik het daarna slikte ik het door. Ondertussen las ik de krant. Het was prettig om zo alleen in de keuken te zitten zonder dat er iemand aan je hoofd zeurde. Toen ik mijn eten op had liep ik weer naar boven. Ik pakte mijn tas en liep naar de auto. Ook al hoefde ik pas over anderhalf uur naar school ik wou nog voordat ik naar school ging nog ergens heen. Ik had een memo op de koelkast geplakt met waar ik heen ging. Al was dat niet waar maar dat maakte verder niets uit.

Toen ik in de auto zat duwde ik het gaspedaal diep in. De auto spoot vooruit zonder echt veel geluid te maken. Alles van ons was geruisloos dus ook de auto’s. Ik reed over een lange en donkere weg. Aan beide kanten doemde bossen op. Op een gegeven moment parkeerde ik mijn auto in de berm. Soepel stapte ik uit de auto en liep het bos in. Ik was op zoek naar iets al wist ik niet wat. Ik liep door het bos en na een halfuur was ik zo diep in het bos dat ik helemaal niets meer hoorden dan de geluiden van het bos. Opeens stond ik voor een stuk zwartgeblakerd bos. Het was precies dat bos als wat ik in mijn droom had gezien. Dit was de plek. Ik draaide me om en begon weg te rennen. Weg van die plek. Dat was niet wat ik wou zien ik wou weg van de plek, weg van de plek die mijn dromen teisterde. Weg van de vreselijke herinneringen. Maar er was er weer een die omhoog wou komen. Hij wou zich laten zien maar het kwam niet verder dan een vaag vermoede. Op dit moment was ik blij dat ik onsterfelijk was. Ik zou niet dood gaan en zelfs niet uitgeput raken. Ik was bijna bij mijn auto maar ik voelde dat iets mij achtervolgde. Mijn instinkt zei me dat ik door moest rennen maar ik boog nog rennend af en rende weer in de richting van het bos. Ik wist niet waarom ik dat in Gods mijn hemel deed maar ik deed het zonder er nog bij na te denken. Ik rende nu tien keer zo hard als daarnet. Ik rende het zwartgeblakerde bos in. Ik stopte met rennen en keek behoedzaam rond. Wat ik toen zag zou ik nooit meer vergeten. Ik draaide me om en rende weer weg maar nu kwam er geen eind meer aan het zwarte bos. Ik zat erin gevangen en ik werd weer teruggeleid naar de plek waar ik niet wou zijn. Gevangen in mijn eigen droom. Ik bleef rennen. Weer kwam ik op de plek waar ik net iets verschrikkelijks had gezien. Het was er nog steeds maar anders dan daarnet. Het zag er niet meer zo gruwelijk uit als dat het er net had uitgezien. Misschien omdat ik wist dat het er was maar toch was het heel raar om het te zien. Het hoorde niet in het zwarte bos daar was hij te perfect voor. Hij hoorde niet hier te zijn maar hij was er wel. Hoe ik er ook over na dacht ik kwam er niet achter waarom het zo was. Uiteindelijk voelde ik het bos veranderen. Het werd zwart voor mijn ogen en ik viel buitenbewust zijn op de grond.

Toen ik weer wakker werd, knipperde ik eerst een paar keer met mijn ogen. Zodra het bewustzijn weer wat meer terug kwam en ik nadacht over hoe ik hier kwam wist ik het niet meer. Ik lag in een groot donzig bed. Alles om me heen was wit op een paar dingen na die zwart waren. Het was duidelijk niet mijn eigen huis en ik was er ook nog nooit geweest. Ik probeerde terug te denken aan wat er was gebeurt. Maar het enige wat ik me nog kon herinneren was dat ik met mijn auto naar school ging, veel te vroeg, voor de rest wist ik helemaal niets meer. Wel wist ik nog dat ik had gedroomd over het bos en dat ik daar heen en weer rende maar zodra ik weer aan het moment van wat erna dat ik in mijn auto was gestapt was gebeurt kreeg ik zwarte vlekken voor mijn ogen en kreeg ik hele erge hoofdpijn. Verder trok er een ongelofelijke kou door mijn lichaam die me in elkaar deed krimpen van de pijn. Ik zette het maar uit mijn gedachtes want het kwam toch niet terug. En het had geen nut om zichzelf daar pijn voor te gaan laten leiden. Ik liet de gedachtes rusten in mijn hoofd en keek de kamer rond. Ik vroeg me af waar ik precies was en natuurlijk wat ik er deed.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Onsterfelijk   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
Onsterfelijk
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Graeca :: Spam :: Verhalen-
Ga naar: